Kennisbank

Alle thema's (33) Auteursrecht (18) Collectief beheer (6) Contracten (6) Fiscaal recht (2) Live (2) Merkenrecht (2) Muziek audiovisueel (2) Naburige rechten (11) Ondernemingsrecht (1) Platenfirma's (1) Productie (2) Regelgeving (7) Sociaal recht (2) Uitgevers (2)

  • Wat zijn mijn verdienmogelijkheden als auteur, muzikant of producer?

    Hier vind je een bijzonder interessant overzicht van (de?) 50 (!) manieren waarop je als muzikaal creatieveling geld kan verdienen. Let wel: nuancering is nodig omwille van het Amerikaanse perspectief waarvan wordt uitgegaan, vooral dan gegeven de elders in deze kennisbank – zie Moet ik om een cover of een vertaling uit te brengen toestemming vragen aan de oorspronkelijke auteur(s)? – belichte praktijken in de USA op het vlak van collectief beheer van rechten. Die verschillen grondig van deze die we kennen in Europa.

  • Wat houdt de Europese Richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt juist in?

    De Europese richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt van 17 april 2019 is er onder andere op gericht de kloof te dichten tussen wat platformen als Facebook en YouTube aan inkomsten binnenrijven en het weinige dat daarvan gaat naar de makers van de content waar die platformen op teren. Ze gaat de geschiedenis in als de zwaarst bevochten en meest gemediatiseerde Europese richtlijn ooit. En dat voornamelijk omwille van het beruchte artikel 13, dat door sommigen (internetactivisten en YouTube op kop) werd ingehaald als de doodsteek voor internet en nefast voor het recht op vrije meningsuiting.

    Door hernummering in de finale versie van de richtlijn werd artikel 13 uiteindelijk artikel 17. Dat moet er in elk geval voor zorgen dat aanbieders van onlinediensten als YouTube, om zich te bedienen van auteursrechtelijk en nabuurrechtelijk beschermd muziek- en audiovisueel repertoire, in de toekomst de toestemming zullen behoeven van de houders van exclusieve rechten: auteurs of hun uitgevers (of hun collectieve beheerorganisaties) en producenten. Daar zullen ze omvattende licentieovereenkomsten mee moeten aangaan, net zoals gebruikers in de ‘fysieke’ wereld. Het repertoire waarvoor geen toestemming is gegeven, zullen ze verplicht van hun platformen en sites moeten houden en halen. Voor nieuwe en kleinere aanbieders op de markt van onlinediensten zijn de regels met betrekking tot verwijdering van content milder.

    Uitvoerende kunstenaars zitten niet in voorgaande opsomming: of ze nu acteur, hoofdartiest of sessiemuzikant zijn, ze staan steeds hun publieke mededelingsrecht en hun recht van beschikbaarstelling af aan hun producent. Die zal hen daar een vergoeding voor betalen, maar zoals we weten is die – alleszins voor exploitaties online – niet fabelachtig. Collectieve beheerorganisaties van naburige rechten van uitvoerende kunstenaars en belangenbehartigers van artiesten pleiten er al lang voor om voor uitvoerende kunstenaars een bijzonder vergoedingsrecht te concipiëren: een billijke vergoeding vergelijkbaar met die in de reële wereld, maar dan voor online exploitatie. Het zal afhangen van de implementatie van de bepalingen van de richtlijn in het recht van de nationale lidstaten, of die remedie voor de lage vergoedingen uit streaming die we vandaag kennen het effectief zal halen.

    Naast die van artikel 17, zijn ook de voorschriften voor de lidstaten in artikelen 18 tot en met 23 van de richtlijn van belang. Die moeten er in heel Europa respectievelijk voor zorgen dat auteurs en uitvoerende kunstenaars a) een ‘passende en evenredige vergoeding’ krijgen voor de exploitatie van hun werken en uitvoeringen, b) hun ter zake van die vergoeding transparantie wordt verleend, c) ze aanpassing van hun contracten kunnen eisen als de vergoeding die daar initieel in is overeengekomen ‘onevenredig laag’ zou zijn in vergelijking met de totale exploitatie-inkomsten van hun werken of uitvoeringen, d) ze beroep kunnen doen op een vrijwillige procedure voor alternatieve beslechting van geschillen inzake voornoemde transparantieverplichting en de aanpassing van hun contracten en e) ze op grond van een herroepingsrecht hun rechten kunnen terugnemen op werken of uitvoeringen die ze exclusief hebben overgedragen of in licentie gegeven, als die niet blijken geëxploiteerd te worden.

    Op het eerste gezicht mooie uitgangspunten dus. De vraag is echter in welke mate de nationale wetgevers ze tegen de deadline van 7 juni 2021 zullen implementeren. De richtlijn laat aan de lidstaten namelijk best nog wel wat mogelijkheden om bepaalde categorieën van artiesten uit te sluiten of de draagwijdte van sommige artikelen uit te hollen. In ons land is de Raad voor de Intellectuele Eigendom (het cenakel dat de federale minister van Economie adviseert over wetgeving in het domein van de intellectuele eigendom) alleszins meteen na goedkeuring van de richtlijn aan bespreking van de implementatie ervan in het Belgisch recht begonnen. Op het moment van bijwerken van deze regels (op 27 juli 2021) was de Belgische staat evenwel nog steeds niet aan een definitieve implementatie toe. Zie aldus dit persbericht met betrekking tot de oproep van de Europese Commissie aan ons land, maar ook aan 22 (!) andere lidstaten, om van de omzetting werk te maken.

    De Nederlandse tekst van de richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt van 17 april 2019 vind je hier. Voor nadere duiding en context verwijzen we naar pp. 541 tot en met 546 in hoofdstuk 5 van het vierde deel van het boek Hier tekenen! (En let niet op de kleine lettertjes …).

  • Moet ik om een cover of een vertaling van een muziekwerk uit te brengen toestemming vragen aan de oorspronkelijke auteur?

    Antwoorden op de te onderscheiden vragen of een cover of een vertaling mogen gemaakt worden zonder toestemming van de oorspronkelijke auteur(s) vind je elders in deze kennisbank. Hier luidt de vraag of de opname van een uitvoering van zo’n cover of vertaling dan effectief mag uitgebracht worden. Het antwoord daarop kan anders luiden, met name als een release (op tastbare dragers of via digitale weg) in de Verenigde Staten of Canada aan de orde is.

    In die territoria verlenen auteurs of hun uitgevers namelijk zelf mechanische licenties voor de release van opnames van uitvoeringen van composities waar zij rechten op kunnen laten gelden. Dit in tegenstelling tot de praktijk in onze streken, waar het verkrijgen van een mechanische licentie loopt via collectieve beheerorganisaties van auteursrechten als Sabam. Anders gezegd: in de Verenigde Staten en Canada gaan plaatselijke auteursorganisaties als ASCAP en BMI enkel over uitvoeringsrechten, niet over mechanische reproductierechten. De auteur of zijn uitgever ontvangt in die landen aldus ook rechtstreeks de vergoeding voor het toestaan van de mechanische reproductie, althans voor zover het gaat om de lokale exploitatie van de betreffende composities in die landen. Voor die vergoeding geldt een zgn. statutory rate, i.e. een door de Amerikaanse wetgever bepaald tarief. In onze streken zijn daarvoor tarieven onderhandeld tussen de Europese organisaties van auteursmaatschappijen en platenproducten van toepassing.

    Je vindt nadere uitleg over een en ander op pp. 312 en 313 van het boek Hier tekenen! (En let niet op de kleine lettertjes …), onder de titel ‘Angelen en Saksen’. Hou er in elk geval rekening mee als je opnames van je eigen uitvoeringen van andermans songs via een aggregator uitbrengt in de Verenigde Staten en Canada. Mogelijk moet je dan zelf nog tot een overeenkomst komen met de betrokken auteurs of uitgevers en een deel van de vergoedingen die je van je aggregator ontvangt doorbetalen aan de de auteursrechthebbenden.

  • Wat is het verschil tussen een collectieve beheerorganisatie en een beheersvennootschap?

    ‘Collectieve beheerorganisatie’ (CBO) is de generieke term die gebruikt wordt in Europese regelgeving om een maatschappij aan te duiden die op collectieve wijze auteursrechten of naburige rechten beheert. Of, in het Engels: ‘collective management organisation‘ (CMO).

    De Belgische wet spreekt echter sinds jaar en dag over ‘beheersvennootschappen’. Een collectieve beheerorganisatie opgericht in België moet namelijk rechtspersoonlijkheid bezitten en beperkt aansprakelijk zijn. In andere landen is dat geen dwingende verplichting. In Nederland bijvoorbeeld kan ook een stichting aan collectief beheer van rechten doen. Collectieve beheerorganisaties die niet zijn opgericht naar Belgisch recht kunnen niettemin in ons land actief zijn, door zich hier te vestigen of een bijkantoor te openen. Beide begrippen figureren zodoende naast elkaar in onze wetgeving – die reguleert dus zowel collectieve beheerorganisaties als beheersvennootschappen, zij het niet in gelijke mate. Duidelijk mag in elk geval zijn dat alle beheersvennootschappen collectieve beheerorganisaties zijn, maar niet alle collectieve beheerorganisaties beheersvennootschappen.

    Meer hierover op pp. 160 en 161 van het boek Hier tekenen! (En let niet op de kleine lettertjes …).

     

  • Wat houdt het zogenoemde ‘recht van beschikbaarstelling voor het publiek’ in?

    Dit vermogensrecht kwam er als gevolg van de internetrevolutie. In het zog daarvan dienden zich ongekende manieren van (re)productie, gebruik en verspreiding van artistieke content aan. Muziek en beeld bleken niet alleen in geluids- en audiovisuele dragers, maar ook in computerfiles gevat te kunnen worden. Die konden bovendien digitaal zonder kwaliteitsverlies gekopieerd en verspreid worden. En waar voordien een publiek niet kon ingrijpen in wat de programma-samensteller op radio of televisie op een bepaald tijdstip voorschotelde, werd dit tweerichtingsverkeer. Zo beslissen internauten vandaag autonoom wat ze qua beeld en klank tot zich willen nemen en waar en met welk toestel ze dat het beste uitkomt.

    Om een en ander onder het auteursrecht en de naburige rechten te kunnen vatten, werd een specifieke variant van het publieke mededelingsrecht in het leven geroepen: het recht van beschikbaarstelling voor het publiek (van een werk of een opgenomen prestatie) op zo’n manier dat dit werk of die prestatie voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk is. Een hele mondvol legalese is dat, maar het onderscheid met een publiek dat louter ‘ontvangt’ en zelf niet kan ingrijpen op het getoonde of gespeelde mag duidelijk zijn. Een lineaire televisie-uitzending, een dj-set of een liveconcert vallen dan onder het klassieke publieke mededelingsrecht. Een podcast, het aanbod van de VRT-abonneeservice Net Gemist of een stream op Deezer zijn beschikbaarstellingen voor het publiek.

    Meer over het recht van beschikbaarstelling van beschikbaarstelling voor het publiek is te vinden op pp. 78 tot en met 81 van het boek Hier tekenen! (En let niet op de kleine lettertjes …).

  • Wat houdt een overeenkomst van aansluiting en fiduciaire afstand in?

    Met dergelijke overeenkomst draagt een auteur of een uitvoerende kunstenaar het beheer van zijn auteursrechten of naburige rechten over aan een collectieve beheerorganisatie. De notie ‘fiduciaire afstand’ wijst erop dat de beheerorganisatie die auteursrechten of naburige rechten moet beheren met enkel het belang van de rechthebbende voor ogen. En dus niet – in tegenstelling tot bijvoorbeeld een uitgever – (mede) in het belang van het eigen bedrijf en met winstoogmerk.

    Meer hierover op pp. 161 en 162 van het boek Hier tekenen! (En let niet op de kleine lettertjes …).

Bestel het boek hier


Met de steun van
School of Arts Gent

KASK - School of Arts Gent